Leiderschap

 

Andere eisen aan leiderschap
De moderne organisatie is afhankelijk van de inzet van werknemers en van een heldere organisatiekoers. Door de snelle veranderingen waaraan bedrijven onderhevig zijn moeten medewerkers steeds vaker zelf actief zoeken naar verbeteringen van het werk waarbij de organisatiedoelen het best gehaald worden.

Het management zal een omgeving moeten creëren waarin ontwikkeling, innovatie en leren centraal staat. En medewerkers stimuleren hun capaciteiten in te zetten voor de doelen van de organisatie. Het is daarbij echter praktisch onmogelijk om medewerkers in alles van buitenaf te sturen. Steeds meer zullen medewerkers dat zelf, op basis van persoonlijke doelstellingen dienen te realiseren. Motivatie speelt hierin een sleutelrol. Dat vraagt om een andere invulling van leiderschap.

Leiderschap of management?
Wilms Arbeidsinspiratie maakt onderscheid in “leiderschap” en “management”. Bij leiderschap staat de mens centraal en ligt de focus op inspireren, motiveren en mensen in beweging krijgen. Dus zorgen voor een prettig werkklimaat en medewerkers ondersteunen in hun ontwikkeling en prestaties. Maar ook reflecteren op de eigen rol als leidinggevende. Om zo vanuit zelfinzicht effectiever leiding te kunnen geven. Management zien wij meer als het besturen van een organisatie(onderdeel). De focus ligt dan meer op de beheersmatige component: het op elkaar afstemmen van mensen, middelen en processen met behulp van planningen, begrotingen, spreadsheets, etc. Beide vormen - leiderschap én management - zijn belangrijk. In onze ogen is er echter steeds meer behoefte aan leiderschap.


Situationeel leidinggeven
Wij geloven in de kracht van flexibel leidinggeven, oftewel situationeel leidingeven. Situationeel leidinggeven houdt in dat de stijl van leidinggeven wordt bepaald door de taakvolwassenheid van de medewerker. Aan deze taakvolwassenheid zijn twee aspecten te onderkennen: de bekwaamheid (= het kunnen) en de bereidheid (= het willen). In het leidinggeven moet een combinatie van taak- en zorggerichtheid te zien zijn. In de praktijk leidt dit grofweg tot vier stijlen: de opdrachtstijl, de overtuigstijl, de participatiestijl of de delegatiestijl. Belangrijk wel is om de gegeven situatie en de kwaliteiten van de medewerker goed in te schatten.